Philipp van Ekeren 1 minute read
January 6, 2018

Joost

mag het weten

Zijn huis stond op omvallen. Scheuren in de schuurmuren door voorbij scheurende vrachtwagens, Lekkage op de eerste etage door de, niet aangesloten, wateraanvoer. Vergeten door de verwarde verwarmingsinstallateur. De deur weigerde dicht te gaan. Ramen rammelden spontaan in hun sponningen. Joost wist het niet. Hij wist alles van Buitenaardse BioSynthese in Bavianenbreinen.

Maar klussen kon hij niet. Hij had het wel van een vreemde. Zijn vader was verrassend handig. Zelfs zijn moeder draaide haar hand er niet voor om om een schroef in de muur te draaien.

In de doe-het-zelf zaak zocht hij vulmiddel en een waterpomptang. Daar, op de lange Lindenlaan, leerde hij Liesje kennen. Zij was een kordate klusser in hart en nieren. Gek op biljart en dieren. Zodra ze Joost zag stappen in het gangpad tussen de schappen wist ze het zeker. Dit zou haar man worden. Binnen die maanden trok ze bij hem in. De deur stond open. De wanden werden weer glad. De waterleidingen druk stromend. De vensters tot rust gekomen. Liesje keek Joost aan. Hij wist het nog steeds niet.