Philipp van Ekeren 2 minute read
February 17, 2019

De uitloper

Het viel me gelijk op. Bij ons voor is het sowieso nooit druk. Alleen bij het krieken en het vallen van de dag suizen de bolides hier voorbij. Maar wandelaars zijn zeldzaam. En dit was zeker de vijfde keer. Vanuit het keukenraam keek ik elke keer naar de winterkoninkjes in de haag aan de overkant. Weer passeerde de grijsvalen jas. Zijn grauwe haarbos schokte tegendraads aan zijn tred. De zwartglimmende laarzen trokken alle aandacht. Extra benadrukt door het onwennig voortbewegen. Ook al woonde ik hier nog niet zo lang, ik wist in gelijk dat dit geen wijkgenoot kon zijn.

Na de afwas was het legen van de vuilnisemmer aan de beurt. Ik had net buiten de container geopend toen ik de wandelaar mijn kant op kwam. Ik begon wat te treuzelen om tijd te winnen. De man keek amper op en bleek geheel verzonken te zijn in zijn eigen motoriek. Ik blokkeerde het trottoir zodat hij wel moest stoppen. Dat deed hij pas op het laatste moment. Enigszins geschrokken keek hij me aan. Ik probeerde te glimlachen en verkondigde dat we maar boften met dit mooie voorjaar. Hij bleef naar me staren alsof hij me niet begreep. Misschien was het wel een buitenlander? Ik wees op zijn gloednieuwe laarzen en stak mijn duim op. Dat had effect. Hij keek eerst naar zijn voeten om er zeker van te zijn dat we het over zijn schoeisel hadden en antwoordde dat ze inderdaad erg mooi waren maar niet van hem. Dat kon hij niet betalen. Vervolgens wees hij naar de nieuwe villa aan het eind van de straat. Hij maakte mij duidelijk dat het de laarzen van rechter betrof. Hij was alleen maar ingehuurd om deze uit te lopen.