Philipp van Ekeren 3 minute read
June 6, 2017

Mag ik alsjeblieft wat bestellen?

Afgelopen zomer waren mijn vrouw en ik blij om nog twee lege stoelen te kunnen bemachtigen op een terras in hartje Amsterdam. Door de bijna tropische temperatuur zonder een zuchtje wind waren we hard toe aan een verfrissing. We waren duidelijk niet de enigen. Het Spui was volledig ingenomen door dorstige bezoekers. Aan de buitentoog in het midden van de zee aan tafeltjes stond, uitgedost met bruine lange schoten, het bedienend personeel geanimeerd met elkaar te praten. Niet een paar woorden maar, zo ingeschat, een levendige discussie. Even om zich heen te kijken of er gasten waren die gebruik wilden maken van hun service kwam waarschijnlijk niet bij hun op. Ogenschijnlijk leek hun dat totaal niet te interesseren. Één van deze serveersters liep wel af en toe heen en weer naar het etablissement maar reageerde niet op ons zwaaien. Na veertig minuten hielden wij het voor gezien en verlieten uitgedroogd onze felbegeerde zetels.

Helaas is dit geen uitzondering in onze hoofdstad. In vele ‘moderne tenten’ is het een schier onmogelijke opgave om gewoon iets te bestellen. Het personeel loopt rond met een air van goddelijkheid en zijn praktisch onbereikbaar. Bediend worden is een gunst geworden.

Beslist anders is dit in het zuiden des lands. Een terrasje pikken is daar een verademing. Zodra je zit staat er het personeel aan je tafeltje. Supersnel, uiterst behulpzaam en vriendelijk. Een waterkan of glazen water worden als vanzelfsprekend geserveerd. Een kopje koffie? Op een verzilverd schaaltje ligt naast mijn espresso, het glaasje water en een kannetje echte room een handgemaakte bonbon van voortreffelijke kwaliteit. Kijk, daar word ik nou blij van. Dat is een restaurant waar ik graag terugkom en ik scheutig ben met de fooi. Want ik voel me daar klant. En dat ben ik in mijn geboortestad kwijt geraakt.

Hoe is dit zo gekomen vraag ik mij af? Is het het gevolg van de hordes buitenlandse toeristen die Amsterdam overspoelen? Dat lijkt mij niet want bijvoorbeeld in Den Bosch zijn alle terrassen (en dat zijn er aardig wat!) ook tot de nok toe gevuld. Wel met Brabanders. Dat wel. Heeft het te maken met onverschillige studenten die veelal noodgedwongen in de bediening terecht komen? Het ontbreken van ‘commitment’ om het maar eens een populair engels woord te gebruiken? Het ontbreken van de dienstbaarheidinstelling van de gastheer naar de gast? Ik kan er ieder geval niet aan wennen.

Als dit breder wordt bezien is daadwerkelijke service van levensbelang voor elk bedrijf. Sterker nog, naar mijn overtuiging wordt het steeds belangrijker door de afstandelijke communicatie in dit digitale tijdperk. Het persoonlijke contact met oprecht vriendelijk, dienstbaar en hulpvaardig personeel, vertegenwoordigt ook de waarden van het bedrijf. En dat heeft een grotere positieve gevoelswaarde bij de klant of gast dan loze slogans, commercials of trendy aangekleed personeel. Of het nu een baliemedewerkster is of een serveerster op een terras. Een loodgieter die keurig de vloer afplakt om deze niet te beschadigen of een iemand van een bedrijf die je telefonisch te woord staat en ook terugbelt met een concrete oplossing. Daarbij heb ik het niet over de overdreven gastvrijheid uit Amerika die alleen vanuit een financiële prikkel is ontstaan.

Veel bedrijven, dus ook de cafés, zouden zich kunnen onderscheiden door meer de focus te gaan leggen op welgemeende waarden als gastvrijheid en dienstbaarheid. Authentieke service in het persoonlijke contact. Juist een prettige persoonlijke interactie, is voor mij, in de verdigitaliseerde maatschappij, een verademing. Dus waarschijnlijk ook voor vele anderen.