Philipp van Ekeren 3 minute read
June 1, 2017

Hart aan de slag

Op 21-jarige leeftijd moest ik mijn sportcarrière als Kendoka (Japans zwaardvechten met bamboe stokken) beëindigen vanwege zware pijnklachten in mijn heupen. Daarna realiseerde ik mij dat ik met mijn goddelijke lichaam toch te fijn gebouwd was voor het najagen van sportieve prestaties. Ik ben daar nooit rouwig om geweest. Had er eerlijk gezegd ook weinig behoefte aan. Als ik dan toch mijn kostbare vrije tijd mocht indelen dan bij voorkeur voor de literatuur of de muziek. De enige beweging was af en toe een dansfeestje. Of enkele dagen wandelend cultuur snuiven door bijvoorbeeld Berlijn, Riga of Barcelona. Dat was ook ‘volop in beweging’ conform mijn jeugdige visie op het gezonde leven.

Maar sinds begin van dit jaar is mijn leven drastisch veranderd. Drie keer per week sleep ik mij noodgedwongen naar het cardio centrum van het dorp. Een verantwoorde ‘sportschool’ met alle mogelijke martelwerktuigen. Dat had ik een jaar geleden niet voor mogelijk gehouden.

Het begon allemaal medio verleden jaar omdat ik mij al lange tijd niet senang voelde. Vervolgens vele uitjes naar het plaatselijke hospitaal, intensieve fietstesten, een persoonlijk naslagwerk vol met hartfilmpjes (dit zijn dus geen filmpjes maar grafieken) en tot drie keer aan toe een medische ontstoppingsveer door mijn slagader richting rikketik. Met als grote finale de preventieve plaatsing van twee stents in mijn kransslagader. Pas toen begon de malaise echt.

Midden december kreeg ik een duidelijke kerstboodschap van mijn cardiologe, een kordate jonge dokter met de toewijding en vasthoudendheid van een doberman pinscher. Ik moest, naast het levenslang innemen van substantieel assortiment uit de apotheek, gaan bewegen. Cardio trainen. Oefenen. Sporten. Indringend openbaarde zij de onontkoombare waarheid dat ook mijn hart een spier was. En dat deze spier moest worden getraind. Daar had ik niet op gerekend. Het wonen tegenover een voetbalveld vond ik al genoeg sportiviteit in mijn leven.

Nu woon in een klein dorpje onder de rook van Amsterdam. Geen enkele winkel maar wel… je raad het al, een cardio centrum. Daardoor kon ik tegenover mijn familie geen overtuigend excuus aandragen om deze niet te gaan bezoeken. Dus vertoef ik dit jaar regelmatig tussen de dorpsgenoten om daar te roeien, te trekken, te buigen en te fietsen. En natuurlijk is de uitwisseling van alle mogelijke lichamelijke ongemakken een vast onderdeel onder de sportieve oudjes. Een ware beproeving.

Het wordt mij voorgespiegeld dat dit onontbeerlijk is om mijn resterende levensjaren enigszins humaan voor te zetten. Was het niet de beroemde Braziliaanse schrijver Paulo Coelho die zei dat niemand kan vluchten voor zijn hart en het daarom beter is om te luisteren wat het zegt? Dat zei mijn cardiologe namelijk ook. Maar dan in een heel andere context. Er zit niets anders op dan hartelijk door te gaan. Morgenochtend in de startblokken…